Simon Wiesenthal
AchternaamWiesenthal
RoepnaamSimon
Geboortedatum1908-12-31
Sterftedatum2005-09-20
Leeftijd96
OorzaakOuderdom
SexeMannelijk

Biografie
Simon Wiesenthal (31 december 1908 - 20 september 2005) stond vooral bekend om zijn werk op het gebied van het opsporen en voor de rechter brengen van Nazi-oorlogsmisdadigers. Wiesenthal was zelf overlevende van de holocaust: hij zat gevangen in verscheidene concentratiekampen (in totaal 12) en werd in 1945 door Amerikaanse troepen bevrijd.

Simon Wiesenthal werd in 1908 geboren te Buczacz, in het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk, nu in Oekraïne. Hij trouwde in 1936 met Cyla Müller. In de Tweede Wereldoorlog werden ze beiden gearresteerd en kwamen in concentratiekamp Janowska terecht, dicht bij de stad Lwów waar ze woonden. Simon werd van daaruit naar kamp Mauthausen (Oostenrijk) getransporteerd. Hij had intussen wel kans gezien valse papieren te regelen voor zijn vrouw, die daarmee in 1942 kon ontsnappen. Ze dook tot 1944 onder in Warschau; van daaruit werd ze naar Duitsland getransporteerd, waar ze als dwangarbeidster (nog onder haar valse naam) moest werken. Wiesenthal overleefde het kamp en na de oorlog zagen ze elkaar weer terug. De wederzijdse families, Wiesenthal en Müller, verloren in de holocaust in totaal 89 familieleden.

In 1946 vestigde het echtpaar Wiesenthal zich in Wenen. Daar kregen ze een dochter, Pauline.

In april van 2003 kondigde Wiesenthal op 94-jarige leeftijd aan dat hij met pensioen ging, met als reden dat hij de massamoordenaars gevonden had waar hij naar zocht: "Ik heb ze allemaal overleefd. Als er nog over waren, zouden ze te oud en in te slechte gezondheid zijn om terecht te staan. Mijn taak is volbracht." Volgens Wiesenthal is de enige nog levende Oostenrijkse oorlogsmisdadiger Alois Brunner, de rechterhand van Eichmann, van wie gezegd wordt dat hij in Syrië ondergedoken zit. Zijn vrouw Cyla overleed op 10 november 2003 op 95-jarige leeftijd.

In 1947 opende Wiesenthal in het Oostenrijkse Linz het 'Documentation Centre on the Fate of the Jews and their Persecutors'. Vanuit dit centrum werd niet alleen bewijsmateriaal verzameld, maar ook praktische hulp gegeven aan overlevenden van de kampen. In 1954 werd het centrum weer gesloten. De achtergrond van de sluiting was dat er op dat moment in West-Europa weinig animo leek te zijn voor zijn werk. Bij de sluiting van het centrum droeg Wiesenthal de documenten over aan Yad Vashem.

Wiesenthal vervolgde zijn werk, onder meer in samenwerking met de Israëlische geheime dienst.

In 1961 werd, na de aanhouding en berechting van Eichmann, in Wenen het Joods Documentatie Centrum, beter bekend als het Simon Wiesenthal Centrum, opgericht. Deze joodse mensenrechten-organisatie wil de herinnering aan de holocaust levend houden. Het hoofdkwartier van de organisatie zetelt thans in Los Angeles.

Wiesenthal en zijn -- in Wenen gevestigde -- 'Jewish Documentation Center' speelden een sleutelrol in de opsporing en veroordeling van het brein achter de uitvoering van de Endlösung, Adolf Eichmann. In totaal leidden de inspanningen van hem en zijn medewerkers tot de arrestatie en berechting van circa 1100 gevluchte en ondergedoken oorlogsmisdadigers.

Zo vond Wiesenthal in 1963 de voormalige officier van de Gestapo Karl Silberbauer, die inmiddels bij de politie in Wenen werkte. Als Gestapo-officier had Silberhauer Anne Frank gearresteerd. Zijn bekentenis hielp bij het ontkrachten van revisionistische beweringen dat het dagboek van Anne Frank een vervalsing zou zijn.

Ook werden door de activiteiten van Wiesentahl Franz Stangl opgepakt, die commandant was geweest van de concentratiekampen Treblinka en Sobibor.

Hermine Ryan-Braunsteiner werd gevonden in de Verenigde Staten. Deze persoon had in Majdanek toegezien op de moord op honderden kinderen. Zij werd uitgeleverd aan Duitsland in 1973.

De commandant van het concentratiekamp Jasenovac in Kroatië, Dinko Sakic werd in 1998 gevonden in Argentinië. Hij werd vervolgens berecht in Kroatië.

Een oorlogsmisdadiger waar Wiesenthal tevergeefs naar gezocht heeft was Josef Mengele

Enkele critici vonden Wiesenthal's niet aflatende streven naar vergelding voor het gedane kwaad ethisch gezien onwenselijk. Sommigen verweten hem dat hij tijdens zijn werkzame leven de mogelijkheid van amnestie voor de steeds ouder wordende oorlogsmisdadigers verwierp.

In 1986 weigerde Wiesenthal de Oostenrijkse presidentskandidaat Kurt Waldheim tot oorlogsmisdadiger te verklaren. Dit was tegen de zin van het Joods Wereldcongres. Waldheim was lid geweest van nationaal-socialistische groeperingen als de SA, en had zijn optreden als officier in Saloniki van 1942 tot 1943 verzwegen. In plaats daarvan zou hij aan het oostfront gewond zijn geraakt en de resterende oorlogsjaren zou hij in Oostenrijk doorgebracht hebben.

In de Verenigde Staten kwam Waldheim in 1987 op grond hiervan op een "watch list". Dit betekende een inreisverbod voor hem als privépersoon.

Wiesenthal ontving voor zijn werk vele internationale onderscheidingen, waaronder de Franse Chevalier de la Légion d'Honneur. Hij werd in Nederland Commandeur in de Orde van Oranje Nassau en kreeg de Erasmusprijs. In de VS ontving hij de Franklin D. Roosevelt Four Freedoms Award, en in 2002 de hoogste Amerikaanse burgerlijke onderscheiding, de Presidential Medal of Freedom.

Terug


Medeleven
troostplek.nl28-02-2020

Sterkte aan alle nabestaanden.